Terug naar de blogartikelen

Btw-vrijstellingsregeling: de drempel stijgt naar 30.000 euro. Maar is instappen wel interessant?

De drempel van de btw-vrijstellingsregeling, die sinds 2016 op 25.000 euro ligt, zal jaarlijks met 1.000 euro stijgen tot 30.000 euro in 2031. Op het eerste gezicht lijkt dat goed nieuws. Toch heeft de vrijstellingsregeling een prijs en kan ze voor bepaalde ondernemingen zelfs nadelig uitvallen.
De maatregel klinkt aantrekkelijk: de omzetdrempel om gebruik te kunnen maken van de btw-vrijstellingsregeling wordt eindelijk verhoogd. Meer zelfstandigen en kleine ondernemingen zullen geen btw meer hoeven aan te rekenen en kunnen hun administratieve verplichtingen beperken. De eerste reflex is dan ook vaak om deze wijziging toe te juichen en voor de regeling te kiezen. In sommige gevallen is dat echter een vergissing.
Onder de drempel blijven betekent niet automatisch dat de regeling interessant is. Wie voor de vrijstelling kiest, verliest het recht op aftrek van btw, een overschrijding van de drempel heeft voortaan onmiddellijke gevolgen en de overstap naar de regeling kan aanleiding geven tot een onverwachte btw-herziening.
Hieronder leggen we uit hoe u kunt beoordelen of de vrijstellingsregeling geschikt is voor uw onderneming.

‍

De kalender: van 25.000 naar 30.000 euro in vijf stappen

Op 17 september 2026 keurde de Kamer van Volksvertegenwoordigers het wetsontwerp goed dat de drempel van de btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen verhoogt (artikelen 56bis en volgende van het Btw-Wetboek).

De drempel, die sinds 2016 op 25.000 euro ligt, zal vanaf 2027 jaarlijks met 1.000 euro stijgen:

  • 26.000 euro in 2027
  • 27.000 euro in 2028
  • 28.000 euro in 2029
  • 29.000 euro in 2030
  • 30.000 euro in 2031

Het gaat dus niet om een onmiddellijke verhoging, maar om een geleidelijke stijging over vijf jaar. Voor 2026 blijft de drempel 25.000 euro.

De verhoging geldt zowel voor belastingplichtigen die in België gevestigd zijn als voor belastingplichtigen uit een andere EU-lidstaat die sinds de invoering van de grensoverschrijdende regeling op 1 januari 2025 gebruikmaken van de Belgische vrijstellingsregeling.

Wat de vrijstellingsregeling werkelijk inhoudt – en wat ze kost

De vrijstellingsregeling betekent dat een onderneming geen btw hoeft aan te rekenen en minder btw-aangifteverplichtingen heeft.

Daar staat tegenover dat het recht op aftrek van de betaalde btw volledig verloren gaat: op aankopen, materiaal, investeringen en kosten.

Het is dus een afweging, geen cadeau.

Zolang uw beroepskosten waarop btw wordt geheven beperkt blijven, kan die afweging voordelig zijn. Zodra u echter investeringen doet of aanzienlijke voorraden aankoopt, kan het verlies van het recht op btw-aftrek zwaar doorwegen en zelfs groter zijn dan de administratieve besparing.

Voor wie is de vrijstelling voordelig en voor wie kan ze een valkuil zijn?

Alles hangt af van het type klanten dat u bedient.

Factureert u voornamelijk aan particulieren, dan kan het feit dat u geen btw hoeft aan te rekenen een reëel prijsvoordeel opleveren. Bij dezelfde netto-ontvangst kan uw dienst goedkoper worden voor de klant of kan uw marge hoger liggen.

Factureert u daarentegen voornamelijk aan btw-plichtige ondernemingen, dan verdwijnt dat voordeel grotendeels. Uw klanten kunnen de btw die u normaal zou aanrekenen immers recupereren. Voor hen is vooral uw prijs exclusief btw relevant, terwijl u zelf uw recht op aftrek van btw verliest.

In dat geval wordt de vrijstellingsregeling hoofdzakelijk een administratieve vereenvoudiging waarvoor u betaalt door uw recht op btw-aftrek op te geven.

Het profiel dat het meeste voordeel uit de regeling haalt, is dus een dienstverlenende activiteit met weinig kosten of investeringen die voornamelijk gericht is op particulieren.

Het profiel dat er het minste voordeel uit haalt, is een onderneming die veel investeert of voornamelijk aan professionele klanten verkoopt.

Een overschrijding van de drempel heeft voortaan onmiddellijke gevolgen

De omzet moet voortdurend worden opgevolgd en niet alleen aan het einde van het jaar worden gecontroleerd.

De hervorming die op 1 januari 2025 in werking trad, heeft de tolerantiemarge die vroeger bestond bij een overschrijding van de drempel aangescherpt.

Een overschrijding kan voortaan tijdens het jaar zelf gevolgen hebben. De handeling waardoor de drempel wordt overschreden, wordt voor het volledige bedrag aan btw onderworpen en niet enkel voor het gedeelte dat boven de drempel uitkomt.

De precieze toepassing van een eventuele resterende tolerantie moet geval per geval worden beoordeeld, maar het principe is duidelijk: wie de drempel pas achteraf controleert, kan te laat zijn.

Ook de berekeningsbasis verdient aandacht. Een bijkomstige activiteit, een eenmalige vastgoedtransactie of zelfs een eenvoudige doorrekening van kosten kan voldoende zijn om de drempel te overschrijden.

De verborgen kost: btw-herziening bij de overstap naar de vrijstellingsregeling

Dit is waarschijnlijk het minst intuïtieve aspect van de regeling en zal door de verhoging van de drempel steeds vaker voorkomen.

Doordat de toegang tot de vrijstellingsregeling wordt verruimd, zal de regeling beschikbaar worden voor belastingplichtigen die vandaag onder het normale btw-stelsel vallen en die dus eerder btw op hun investeringen hebben afgetrokken.

Wie overstapt naar de vrijstellingsregeling, moet die eerdere aftrek echter in omgekeerde richting herzien.

Dat betekent dat de reeds afgetrokken btw op nog aanwezige voorraden en op investeringsgoederen die zich nog binnen hun herzieningstermijn bevinden, gedeeltelijk moet worden terugbetaald in verhouding tot het aantal resterende jaren.

De herzieningstermijn bedraagt vijf jaar voor roerende investeringsgoederen en vijftien jaar, of in bepaalde gevallen vijfentwintig jaar, voor onroerende goederen.

‍

WAT EEN OVERSTAP NAAR DE VRIJSTELLINGSREGELING KAN KOSTEN

‍
De situatie
Een zelfstandige heeft drie jaar geleden zijn bedrijfsruimte ingericht voor 150.000 euro exclusief btw en heeft 31.500 euro btw afgetrokken. De herzieningstermijn voor het onroerend goed bedraagt vijftien jaar.

De overstap naar de vrijstellingsregeling
Door voor de vrijstellingsregeling te kiezen, moet hij de btw terugbetalen die betrekking heeft op de twaalf resterende jaren van de herzieningstermijn. Dat komt neer op 25.200 euro.

De grootteorde
De overstap naar de vrijstellingsregeling zou hem dus onmiddellijk 25.200 euro kosten. Dat staat in geen verhouding tot de verwachte administratieve vereenvoudiging. Voor een roerend investeringsgoed dat zich nog binnen de herzieningstermijn van vijf jaar bevindt, geldt dezelfde logica, doorgaans op een kleinere schaal.

‍

Het omgekeerde is eveneens waar en is geruststellender.

Wie de vrijstellingsregeling verlaat, hetzij omdat de omzetdrempel wordt overschreden, hetzij vrijwillig, kan de btw recupereren die voordien niet aftrekbaar was op voorraden en investeringen die zich nog binnen hun herzieningstermijn bevinden.

Een verandering van btw-regime is dus nooit financieel neutraal, in geen van beide richtingen.

‍

VOORDAT U KIEST VOOR DE BTW-VRIJSTELLINGSREGELING

‍
De vrijstellingsregeling wordt voorgesteld als een vereenvoudigd btw-stelsel. In werkelijkheid is het ook een van de stelsels die aanleiding kunnen geven tot de meeste btw-herzieningen. Stel uzelf daarom drie vragen voordat u ervoor kiest: Bestaat uw klantenbestand voornamelijk uit particulieren of uit ondernemingen? Dat bepaalt in grote mate of de regeling werkelijk een financieel voordeel oplevert. Hebt u btw afgetrokken op recente investeringen die zich nog binnen hun herzieningstermijn bevinden? In dat geval kan de overstap aanleiding geven tot een terugbetaling van eerder afgetrokken btw. Wordt uw omzet voortdurend opgevolgd? Dat is essentieel om te vermijden dat u de drempel tijdens het jaar onverwacht overschrijdt.

Catalyst kan de financiële impact van de verschillende opties berekenen, inclusief de kost van een eventuele btw-herziening, en u begeleiden in uw contacten met de belastingadministratie.

‍

In 30 seconden

✅ De drempel van de btw-vrijstellingsregeling stijgt van 25.000 euro naar 26.000 euro in 2027 en vervolgens jaarlijks met 1.000 euro tot 30.000 euro in 2031.

✅ Dankzij de vrijstellingsregeling hoeft u geen btw aan te rekenen, maar verliest u het recht op aftrek van betaalde btw.

✅ De regeling kan een echt voordeel opleveren wanneer uw klanten voornamelijk particulieren zijn. Bij btw-plichtige ondernemingen bestaat het voordeel vooral uit administratieve vereenvoudiging.

✅ Sinds 2025 heeft een overschrijding van de drempel gevolgen tijdens het jaar zelf: de handeling waardoor de drempel wordt overschreden, wordt aan btw onderworpen.

✅ Wie overstapt naar de vrijstellingsregeling, moet eerder afgetrokken btw op voorraden en investeringen die zich nog binnen hun herzieningstermijn bevinden, terugbetalen.

✅ Herzieningstermijn: 5 jaar voor roerende investeringsgoederen en 15 tot 25 jaar voor onroerende goederen.

‍

‍

‍